- Bibliotheek
- Boeken
- Waordsman
- Artikelen
- Archeologisch onderzoek aan de Dorpsdijk te Lobith (deel 2)
- Archeologisch onderzoek aan de Dorpsdijk te Lobith (deel 1)
- Pierre Cuypers | Hein Janssens
- Dynamietramp 1895 (1)
- Dynamietramp 1895 (2)
- Een baken geveld | J. Hendriks
- Rondom de hoofdkraan van Nederland
- De spijkse overlaat 1955
- Een schets die de geschiedenis van Lobith kan herschrijven
- Krantenartikelen
Een schets die de geschiedenis van Lobith kan herschrijven
Dit is de online versie van het artikel dat is verschenen in De Waordsman nr. 4, 2026. Elke afbeelding is aanklikbaar en kan vervolgens in de hoogst beschikbare resolutie worden bekeken.
Inleiding, een plaatje uit een geschiedenisboek De eerste keer dat ik deze afbeelding zag, een schets van het Tolhuys bij Lobith uit 1672, herinner ik me nog goed. In een geschiedenisboek over Gelderland stond het prentje klein afgebeeld, hooguit tien centimeter breed. Toch herkende ik direct duidelijk wat erop te zien was: de protestantse kerk, het Tolhuys (het kasteel van Lobith) en de Eltenberg. Met een beetje kennis van de omgeving en de geschiedenis van Lobith-Tolkamer valt de rest van de voorstelling goed te plaatsen. De schets toont Lobith en de wijde omgeving, inclusief de Rijn met brede, droge oevers.

Een websiteafbeelding
Jaren later wees Ton Smeenk, tijdens een bezoek voor het bekijken van zijn privé-collectie, mij op de website van het Franse Mobilier national, waar een versie van deze schets in een behoorlijke resolutie te vinden was. Op die reproductie werden meer details zichtbaar. Zo zijn Hoog- en Laag-Elten duidelijk te onderscheiden (met daartussen de Eltense molen) en is er in Lobith een poortje en een kademuur te zien. Uiteraard springt ook het Tolhuys direct in het oog, met de dikke (ronde) toren die los van de rest van het kasteel staat. Het valt op hoe de Rijn is weergegeven met uitzonderlijk brede oevers, een teken van een zeer lage waterstand.
Een ‘foto uit 1672’
Ondanks dat de resolutie van de afbeelding op de website fors hoger was dan van het plaatje in het geschiedenisboek bleven sommige details vaag. Graag wilde ik het origineel zien, of liever nog: een digitale kopie hebben in een écht hoge resolutie. Uit naam van onze Heemkundekring Rijnwaarden heb ik het betreffende Franse museum benaderd met het verzoek om een kopie van de schets in hoge resolutie. Ik was verrast door de reactie: naar aanleiding van mijn verzoek zou de schets opnieuw gedigitaliseerd worden. Binnen enkele weken ontving ik een downloadlink naar het resultaat, een beeldbestand van maar liefst 135 MB! Het resultaal was waar ik op had gehoopt. Als liefhebber van onze locale geschiedenis voelde deze schets als een tijdmachine: alsof er een foto uit 1672 was opgedoken. Zou deze digitalel versie nieuwe informatie kunnen opleveren? Deze kopie van de schets geeft het Tolhuys, het dorp en de omgeving ongekend gedetailleerd en natuurgetrouw weer. Het is, voor zover mij bekend, uniek. Tot op heden heb ik geen andere afbeelding kunnen vinden die het Tolhuys, Lobith en omgeving zó realistisch laat zien als deze schets.
Adam Frans van der Meulen
Adam Frans van der Meulen (Brussel 1632 - Parijs 1690) was de officiële hofschilder van Lodewijk XIV, de Zonnekoning. De schets met de officiële naam ‘Vue de village de Tolhuys’ is er een uit een hele reeks die Van der Vermeulen maakte in opdracht van Lodewijk XIV. Zo zijn er talloze vergelijkbare, gedetailleerde tekeningen bekend van onder andere Emmerich, Doesburg, Arnhem, Utrecht en Woerden, die allemaal bijna een op een bij de huidige skyline van deze steden passen. De schets van het Tolhuys bij Lobith past perfect in dat rijtje. De Zonnekoning wilde zo veel mogelijk natuurgetrouwe en topografisch kloppende afbeeldingen verkrijgen van de dorpen en steden die tijdens de Hollandse veldtocht van 1672 door de Fransen waren veroverd. Voor dat doel maakte Van der Meulen in het najaar van 1672 een aparte reis. (1) Het bijschrift van de Collection Mobilier national bij de schets van Lobith vermeldt overeenkomstig dat hij deze reis ondernam nadat Lodewijk XIV met zijn troepen bij Lobith de Rijn was overgestoken (lees na juni 1672).

De werkelijkheid van 1672?
Dat Van der Meulen op de schetsen die hij voor Lodewijk XIV maakte oog had voordetail en werkelijkheid maakt de hoge resolutie van de kopie van de skyline van Lobith van de Collection Mobilier national fraai duidelijk. Details komen zo duidelijk herkenbaar overeen met de huidige situatie dat het niet anders kan dat deze schets vrijwel zeker ter plaatse moet zijn getekend. Van der Meulen zou daarvoor dan ergens in de Geuzenwaard gezeten moeten hebben, in de buurt van de huidige redoute. Anderzijds maken de gedetailleerde schetsen ook zichtbaar dat hij en anderen later artistieke keuzes maakten die afweken van de oorspronkelijke tekeningen. Deze dienden namelijk als voorstudies voor later (in Parijs) te maken schilderijen, wandkleden, gravures en beeldhouwwerken. Het is zeer waarschijnlijk dat Van der Meulen de schets van Lobith met een voorbedacht idee al bestemde als basis voor zijn latere uitwerking. De officiële naam van de schets is ‘Vue de village de Tolhuys’, maar het viel mij op, met name na het maken van een close-up in negatief, dat er midden bovenaan in het afgescheurde papier een ander titel staat: ‘Passage du Rhin’. Op de latere artistieke bewerkingen van de ter plaatse gemaakte schetsen kon men de werkelijkheid aanpassen ten gunste van ‘het verhaal’ ter meerdere eer en glorie van Frankrijk en zijn Zonnekoning. Bepaalde exacte details waren dan minder belangrijk. Om goed te begrijpen waarom deze schets zo bijzonder is, loont het de moeite om in te zoomen op enkele details. Juist die kleine onderdelen maken duidelijk dat Van der Meulen niet zomaar een algemene voorstelling van Lobith en het Tolhuys maakte, maar dat hij de omgeving met opvallende nauwkeurigheid heeft vastgelegd.
Het Schipperspoortje
Een van de herkenbare details op de schets is een poortdoorgang zonder deur, met ervoor een opgang vanuit de laag liggende Rijnbedding, richting dorp en het Tolhuys (!). Een kaart van Lobith uit 1728 van landmeter Johan van Ravenstein laat zien dat deze doorgang zo’n vijftig jaar later als poortje ingeklemd is komen te staan tussen de huizen. In de huidige situatie is het poortje nog steeds door twee huizen omgeven en een deel loopt zelfs door in de huiskamer van één van deze huizen. Het kreeg de naam Schipperspoortje, promoveerde tot nationaal monument en werd deze zomer opnieuw gerestaureerd. Het is nog steeds een fraaie doorgang tussen het dorp en de bedding van de grotendeels drooggevallen Oude Rijn. Op Van der Meulens schets lijkt het poortje verbonden met een gebouw met een trapgeveltje. Wanneer je ver inzoomt op de hoge-resolutiefoto, wordt zelfs de bovenzijde van het poortje zichtbaar. Een ‘dakje’ is te zien, onder een hoek van ongeveer 45 graden. Dat komt precies overeen met de manier waarop bij het huidige Schipperspoortje de bovenkant is opgebouwd. Het is een klein detail, maar juist daardoor veelzeggend: Van der Meulen moet deze plek met eigen ogen hebben gezien.


Het zeilbootje
Ook de Rijn zelf is op de schets bijzonder weergegeven. De rivier heeft extreem brede oevers en het water lijkt bijna te zijn weggetrokken. Dat wijst op een zeer lage waterstand. Dit staat in scherp contrast met het latere schilderij en andere kunstuitingen, waarop de Rijn veel ‘dramatischer’ diep en soms als een wilde rivier wordt afgebeeld. Op de schets viel mij in het Rijnlandschap nog iets anders op. Ter hoogte van Laag-Elten tekende Van der Meulen een kleine, wat vreemde vorm in de rivierbedding. Pas toen ik het water in de digitale versie inkleurde (een vorm van digitale archeologie in Photoshop) werd duidelijk wat het was: een klein zeilscheepje. Dat scheepje is op het eerste gezicht onbelangrijk. Toch zegt het veel. Van der Meulen had het eenvoudig kunnen weglaten, maar deed dat niet. Hij tekende zelfs dit kleine vaartuigje dat Laag-Elten passeert, of net gepasseerd is, over de lage Rijn. Daarmee laat hij opnieuw zien hoe aandachtig hij het landschap observeerde. Wanneer ik al deze details naast elkaar leg, de protestantse kerk, het Schipperspoortje, Laag-Elten, de Eltense molen, Hoog-Elten, de brede droge oevers van de Rijn en zelfs dat kleine zeilbootje, ontstaat een helder beeld. De schets is geen vrije fantasie en ook geen afgeleide artistieke compositie. Ze benadert een fotografische momentopname: alsof Van der Meulen vanaf de huidige Geuzenwaard naar Lobith keek en tekende wat hij werkelijk zag. Juist daarom wordt het volgende detail des te interessanter. Want als Van der Meulen zo nauwkeurig keek naar de omgeving, dan mag ik aannemen dat ook een groter, opvallender detail niet toevallig op papier is beland.

Ruïnes en een gat in de gevel
Daarmee kom ik bij het detail dat mij het meest intrigeert. Niet alleen omdat het op de schets duidelijk zichtbaar is, maar vooral omdat het mogelijk een nieuw licht werpt op wat er in juni 1672 bij Lobith is gebeurd. We weten dat de Franse troepen op 12 juni 1672 bij Lobith de Rijn overstaken en daarmee de Republiek binnendrongen. In latere voorstellingen, waaronder op Van der Meulens schilderij, lijkt het alsof die oversteek pal voor het Tolhuys plaatsvond, met geweervuur op de Lobithse oever en kanonvuur vanaf de Dikke Toren. De werkelijkheid was minder theatraal. De Fransen kozen een doorwaadbare plaats waarschijnlijk buiten het directe bereik van het kanon op de Dikke Toren van het Tolhuys. Die plek lag meer oostelijk, in de Ossenwaard vermoedelijk achter de Raaij-krib (2), net voorbij Lobith, ‘waar een zand- en grindplaat vanuit de tegenoverliggende oever de rivierbreedte aanzienlijk verminderde.’(3) Toch tekende Van der Meulen op zijn schets in het najaar na de oversteek enkele beschadigde huizen aan de rand van het dorp. Dat is merkwaardig, want de rest van het dorp is op de schets intact. Niet alleen bijvoorbeeld de protestantse kerk, maar ook het Tolhuys en de Dikke Toren staan er nog. Als Lobith als geheel zwaar verwoest of afgebrand was, had Van der Meulen dat vermoedelijk ook zo getekend. Maar dat doet hij niet. Hij laat geen totaal verwoest dorp zien, maar juist enkele zeer specifieke beschadigingen.

Oorlogsschade: Lobith getroffen door eigen vuur?
Op de voorgrond liggen gebouwen in puin. Waardoor zijn deze gebouwen getroffen? Vooral het grote huis trekt daarbij de aandacht. Aan de westzijde gaapt onder de dakrand een opvallend gat in de gevel. Het lijkt haast alsof een kanonskogel, afgevuurd vanaf de Dikke Toren van het Tolhuys in de richting van de overstekende troepen, te snel hoogte verloor en niet de Fransen bij de Ossenwaard, maar dit huis raakte. De ligging van de ruïnes maakt het extra interessant. Ze lijken precies te liggen in de denkbeeldige lijn tussen de Dikke Toren van het Tolhuys en de plaats waar de Fransen de Rijn overstaken. Met andere woorden: ze bevinden zich in het schootsveld van het kanon dat de oversteek had moeten voorkomen.
Belabberde verdediging
De gedachte dat deze huizen niet door de Fransen maar door eigen vuur zijn getroffen, is minder vreemd dan ze op het eerste gezicht lijkt. We weten dat de meeste forten en garnizoensplaatsen van de Republiek der Verenigde Nederlanden in 1672 er belabberd aan toe waren. Na de Vrede van Münster (1648) was decennialang bezuinigd op het leger. De bezetting van vestingwerken en de uitrusting ervan waren ernstig verwaarloosd. (4) In Lobith hadden de enkele waarschijnlijk nauwelijks geoefende verdedigers één kanon beschikbaar op de Dikke Toren. Maar hoe effectief was dat geschut nog? Een beschrijving uit 1672 vermeldt dat het kanon op het Tolhuys keer op keer afschoot toen de Fransen naderden, maar dat dit weinig uitrichtte. (5) Kunnen minder capabele kanonniers met wellicht inferieur materiaal onbedoeld hun eigen dorp hebben getroffen? Precies daar tekent Van der Meulen de schade. In dat scenario krijgen de ruïnes op de schets een heel andere betekenis. Dan zijn het niet zomaar beschadigde huizen in een oorlogslandschap, maar mogelijk de stille sporen van een mislukte verdediging. De kanonniers op het Tolhuys wilden de Franse oversteek verhinderen, maar troffen onbedoeld hun eigen dorp.

Persoonlijke interpretatie
Natuurlijk blijft dit mijn interpretatie. Een schets alleen is geen definitief bewijs. Toch is het opvallend dat Van der Meulen de schade zo specifiek weergaf, terwijl hij de rest van Lobith grotendeels ongeschonden tekende. Juist omdat deze schets en al die anderen op zoveel andere punten betrouwbaar blijken te zijn, verdient dit detail serieuze aandacht. De protestantse kerk, Dikke Toren, Tolhuys, het Schipperspoortje, Hoog- en Laag-Elten, de Eltense molen, de brede droge Rijnbedding en het zeilbootje laten zien dat Van der Meulen zeer nauwkeurig observeerde. Daarom neem ik aan dat ook de puinhopen aan de rand van Lobith niet zomaar decor waren. Hij tekende ze omdat ze er waren.
Bekijk de schets zelf
Alle afbeeldingen bij dit artikel zijn te bekijken én te downloaden in hoge resolutie. Dat geldt natuurlijk ook voor de schets zelf, zie hieronder. Dit bestand is bijna 30 MB. Het originele beeldbestand (6) is maar liefst 135 MB. Wie de tijd neemt om in te zoomen, ziet steeds meer. Juist daarin schuilt de kracht van deze tekening. Ze laat niet alleen het Tolhuys en Lobith in 1672 zien, maar nodigt ook uit om opnieuw te kijken naar een bekend historisch verhaal. Soms zit de betekenis niet in het grote gebaar, maar in een poortje, een bootje of een paar beschadigde huizen aan de rand van het dorp.

Door Michiel van Dasler (webmaster Heemkundekring Rijnwaarden) Met dank aan Hein Janssens en Aad Braskamp voor de nodige input, adviezen, correcties en vooral motivatie om dit artikel te schrijven.
Liefhebbers voor het originele bestand (Tif, 134,5 mb) kunnen een mailtje sturen naar info@heemkundekringrijnwaarden.nl.
Bronnen:
2 De ligging van de Raay-krib is beschreven in Waordsman, jaargang 2026, nummer
3 in het artikel: ‘De Kleef-Pruisische Landsgrens bij Lobith’ van Hein Janssens;
3 Joost Kingma - Ruiter voor de Republiek, Ignatius van Kingma, een Friese kolonel in het Rampjaar 1672;
4 Luc Panhuysen - Rampjaar 1672;
5 Maurice de Saxe - artikel ‘Le Passage du Rhin, par Louis XIV 12 Juin 1672’ in de Revue Historique de l’armée,1965;
6 Mobilier national et manufactures nationales, fotograaf Gavin Macdonald;.